zakelijk

Bent u zakelijk genoeg?

Onlangs sprak ik met een van mijn coachees, een financial, over de verkregen feedback naar aanleiding van een sollicitatiegesprek van deze financial naar een functie waarop hij zich erg verheugd had. Want dit was de kans om een stap vooruit te maken.

Hij kreeg te horen dat er twijfel was gerezen over diens zakelijkheid in kwesties waar, naar de mening van de selecteurs, dit toch echt gewenst was. Hij zou mogelijk een te softe oplossing 
voorstaan, daar waar juist een stevige zakelijke houding verwacht mocht worden. 
De financial vroeg zich bij mij af waar het “mis” was gegaan, want hij had in het verleden juist gehoord dat hij “zo zakelijk kon overkomen”. Hem was juist verweten dat hij zijn menselijke blik “wel heel erg kon uitzetten”. Het was zelfs een van de coachvragen die  hij had ingebracht in het coachtraject.

Effectief inzetten van zakelijkheid

Bij de bespreking van deze coachvraag hebben we vooral stilgestaan bij het effectief inzetten van zakelijkheid, want zakelijk zijn is op zijn tijd gewoon hartstikke doeltreffend. De financial onderkende dat zijn zakelijkheid vooral was ingegeven door een (belemmerende) overtuiging dat zakelijkheid altijd voorging. Want per slot van rekening maken “zachte heelmeesters” stinkende wonden. 

Met de coaching heeft hij inzichten gekregen, dat een dergelijke overtuiging soms wel contraproductief kon zijn en dat het, zoals hij het zelf benoemde, een tandje minder kon. In 
zijn dagelijks werk had hij ervaren dat met de “nieuwe zakelijkheid” hij meer succes had. Het was zeker wennen voor zijn medewerkers, maar zijn nieuwe manier van acteren sprak steeds 
meer aan. En, wat heel belangrijk was, er kwamen geen stinkende wonden uit voort.

Met deze ervaring is hij steeds meer gaan geloven in zijn kansen voor een volgende stap en dat was, toen de vacature voorbij kwam, een mooie aanleiding om zijn kansen te wagen.
Samen hebben we getracht het sollicitatiegesprek te analyseren.

  • Hoe was de sfeer tijdens het gesprek
  • Met wie had hij het gesprek?
  • Welke vragen zijn er gesteld? en
  • Hoe heeft hij daarop gereageerd? 

In eerste aanleg leek er niet veel mis te zijn gegaan en werd het de financial nog steeds niet duidelijk hoe tot de uitkomst was gekomen. Hij had de gestelde vragen met veel flair en zeker zakelijk genoeg kunnen beantwoorden, soms met een spontane kwinkslag en zelfs veel instemming van de gesprekspartners waargenomen, althans bij twee van de drie. Want het gesprek had hij gehad met de directeur van de afdeling, het hoofd van de personeelsafdeling en de concerncontroller. Bij doorvragen bleek dat het juist de concerncontroller was die juist niet non-verbaal reageerde op zijn antwoorden. Hij stelde juist steeds kritische vragen met een ondertoon (naar de mening van mijn coachee). Hij heeft de vragen altijd heel vriendelijk beantwoord, waarbij hij, zo realiseerde hij zich tijdens ons gesprek, eigenlijk altijd oogcontact zocht met de anderen en feitelijk de concerncontroller negeerde. Juist de concerncontroller stelde “zakelijke” vragen en daar had hij, zo realiseerde hij nu, mogelijk iets te populair op gereageerd. Het werd hem duidelijk dat hij zijn focus mogelijk teveel op de directeur en het hoofd PZ had gericht en zijn “zakelijke partner” in spé was vergeten.

Niet zijn antwoorden waren niet zakelijk genoeg geweest, maar zijn houding richting de concerncontroller deed hem (klaarblijkelijk) de das om. 

De les van deze financial is, dat onder zakelijkheid niet alleen het geven van de juiste antwoorden wordt verstaan, maar ook het geven van de juiste zakelijke aandacht aan personen die er toe doen. Een lastige maar rake les.

Deel dit artikel!Share on FacebookShare on LinkedInShare on Google+Pin on PinterestTweet about this on TwitterEmail this to someone